Annie M.G.Schmidtschool

Pestprotocol Waarbeekschool.

Pesten is een probleem dat in alle geledingen van de maatschappij voorkomt. Pesten komt helaas op iedere school voor, ook bij ons. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en op onze school serieus willen aanpakken.

Het pestprotocol hebben wij opgesteld met als doel:
Dat alle kinderen zich in hun basisschoolperiode vrij en veilig voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen.

Door regels en afspraken zichtbaar te maken kunnen kinderen en volwassenen, als er zich ongewenste situaties voordoen, elkaar aanspreken op deze regel en afspraken.

Door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, stellen we alle kinderen in de gelegenheid om met veel plezier naar school te gaan.

Een pestprotocol alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.

Aan het aanpakken van pesten zijn wel enkele voorwaarden verbonden:

  • Pesten moet als een probleem worden gezien door alle direct betrokken partijen: leerlingen ( gepeste kinderen, pesters en de zwijgende groep), leerkrachten en de ouders.
  • De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het onderwerp pesten met de leerlingen bespreekbaar worden gemaakt.
  • Als pesten zich voordoet, moeten leerkrachten ( in samenwerking met ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
  • Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
  • Elke school heeft een vertrouwenspersoon. Op de Waarbeekschool zijn dat mevr. W. Stronks en dhr. A. Vat.

Signalen van pesterijen kunnen o.a. zijn:

  • Altijd een bijnaam, nooit bij de eigen naam noemen.
  • Zogenaamde ‘leuke’ opmerkingen maken over een klasgenoot.
  • Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven.
  • Briefjes doorgeven.
  • Beledigen.
  • Opmerkingen maken over de kleding.
  • Isoleren en negeren.
  • Buiten school opwachten, slaan of schoppen.
  • Op weg naar huis achterna rijden.
  • Naar het huis van de gepeste gaan.
  • Bezittingen afpakken.
  • Schelden of schreeuwen.
  • Pesten via msn of e-mail.

Leerkrachten en ouders moeten alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen hun norm overschrijden.

Hoe willen wij op de Waarbeekschool hier mee omgaan?

  • Op school willen wij regelmatig een onderwerp in de kring aan de orde stellen.
  • Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen.
  • Andere werkvormen zijn ook denkbaar, zoals: spreekbeurten, rollenspel, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.
  • Het voorbeeldgedrag van de leerkrachten (én de ouders thuis) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden ‘opgelost’, maar uitgesproken.

Agressief gedrag van leerkrachten, ouders en leerlingen wordt niet geaccepteerd.

  • Om duidelijkheid te krijgen over ‘wat wordt niet geaccepteerd’, is het afspreken van regels met de kinderen essentieel.

Begeleiding van een kind dat gepest wordt:

  • Naar het kind luisteren en zijn/haar probleem serieus nemen.
  • Met het kind overleggen over mogelijke oplossingen.
  • Samen met het kind werken aan oplossingen.
  • Gesprek met de ouders van het gepeste kind.
  • Zonodig zorgen dat het kind deskundige hulp krijgt, bijv. een sociale vaardigheidstraining.

Begeleiding van een kind dat pest:

  • Met het kind bespreken welk effect zijn/haar gedrag heeft voor de gepeste.
  • Het kind helpen om op een positieve manier relaties te onderhouden met andere kinderen.
  • Het kind helpen om zich aan regels en afspraken te houden.
  • Contact tussen ouders en school; elkaar informeren en overleggen. Wat is/kan de oorzaak zijn van het pesten? *
  • Zonodig zorgen dat het kind deskundige hulp krijgt, bijv. sociale vaardigheidstraining, Bureau Jeugd Zorg, huisarts, etc.

Oorzaken van pestgedrag kunnen zijn:

  • Een problematische thuissituatie.
  • Voortdurend gevoel van anonimiteit.
  • Voortdurend in een niet passende rol worden gedrukt.
  • Voortdurend met elkaar de competitie aangaan.
  • Een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.

Hulp bieden aan de zwijgende middengroep.
De middengroep wordt betrokken bij het oplossen van het pestprobleem door:

  • Met de leerlingen te praten over pesten en over hun eigen rol daarbij.
  • Met de leerlingen te overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen.
  • Samen met de leerlingen werken aan oplossingen, waarbij ze zelf een actieve rol spelen.

Adviezen aan ouders.

Ouders van gepeste kinderen:

  • Blijf in gesprek met uw kind.
  • Als pesten op straat gebeurd, niet op school, kunt u het beste contact opnemen met de ouders van de pester(s) om het probleem bespreekbaar te maken.
  • Pesten op school kunt u het best direct met de groepsleerkracht bespreken.
  • Door complimentjes kan het zelfrespect van uw kind vergroot worden.
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport
  • Steun uw kind in het idee dat er een einde aan het pesten komt.
  • Werk samen met de school, maar houdt de grenzen in de gaten. Uw grenzen en ook die van school. Het is niet de bedoeling dat u op school komt om eigenhandig een probleem voor uw kind op te lossen! De inbreng van u is het aanleveren van informatie, het geven van suggesties en het ondersteunen van de aanpak door school.

Ouders van kinderen die pesten:

  • Neem het probleem serieus.
  • Raak niet in paniek: elk kind loopt kans pester te worden.
  • Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
  • Maak uw kind gevoelig voor wat het een ander aandoet.
  • Besteed extra aandacht aan uw kind.
  • Stimuleer uw kind tot het beoefenen van een sport.
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Corrigeer ongewenst gedrag en benoem en beloon het goede gedrag van uw kind.
  • Maak uw kind duidelijk dat u achter de aanpak van school staat.

Alle ouders:

  • Neem ouders van gepeste kinderen serieus.
  • Stimuleer uw kind om op een vriendelijke manier met anderen om te gaan.
  • Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag, benoem en beloon het goede gedrag.
  • Geef zelf het goede voorbeeld.
  • Leer uw kind om voor anderen op te komen.
  • Leer uw kind om voor zichzelf op te komen op een niet gewelddadige manier.

Het PESTPROTOCOL wordt elke twee jaar geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

Leerkrachten en de medezeggenschapsraad onderschrijven gezamenlijk dit PESTPROTOCOL.

September 2006.